Je leidt iemand niet op voor een beroep, maar voor het leven

Vandaag is het 13 jaar geleden. Elk jaar sta ik op deze dag op met een kriebel in mijn buik. Op die dag heb ik op een heftige manier geleerd hoe belangrijk mijn rol als docent is. Ik weet het nog als de dag van gisteren.

Het was meivakantie en ik stond in de supermarkt mijn boodschappen in te laden, toen een collega belde: ‘Ze zaten in het vliegtuig!’. Tranen liepen over mijn wangen en terwijl de cassière me lief aan keek, pakte ik zo snel mogelijk mijn boodschappen in en ging ik naar school.Het vliegtuig waar één van mijn leerlingen in zat, was neergestort.

Dat gezin dat mega blij naar Zuid-Afrika ging... Die jongen die zo geliefd was bij de hele klas en trots vertelde dat hij wilde dieren zou gaan zien... Die moeder die elke dag met haar beste vriendin, ook een moeder van een leerling, gezellig in de deuropening stond te kletsen… Wat een fijn gezin!

Het was die avond mijn taak om alle 28 klasgenoten te bellen en ze het nieuws te vertellen. Met bibberende handen begon ik: ‘Hallo, met Kirsten, je hebt het misschien wel gezien op tv, het vliegtuig dat is neergestort in Tripoli, daar zat Bas in...’ 28 kinderen en ouders hoorde ik om de beurt in huilen uitbarsten aan de telefoon en mijn hart brak.

De dag erna zag ik ze allemaal op school. Ze hadden de journalisten en camera’s van de pers die voor de school stonden, kunnen ontwijken en zaten allemaal doodstil en bleek op hun stoel. ‘Hoe kan dit nou gebeuren?’, vroeg Eva? ‘Weten ze al wat er precies is gebeurd?’, vroeg Sebas. ‘Wanneer worden ze begraven?’, vroeg Mehmet. ‘Ik weet het niet jongens, we weten nog helemaal niks. We weten alleen dat zij in dat vliegtuig zaten.’

‘Is die jongen die het overleefd heeft ècht het broertje van Bas?’ ‘Ja, dat heeft de Telegraaf zojuist bevestigd.’

Er volgen een aantal weken van onzekerheid, stress, onrust en verdriet. Kinderen die normaal heel rustig waren, werden onrustig, kinderen die normaal heel druk waren, waren ineens heel stil. Iedereen verwerkte dit op zijn of haar eigen manier. Een vreselijke periode die enorm veel impact op deze klas heeft gemaakt.

En daar stond ik als docent, net afgestudeerd, met een rugzak vol theorieën over hoe je les moest geven. Ik kon lesplannen maken, differentiëren, sommen uitleggen, ik kende werkvormen en werd steeds beter in klassenmanagement. Maar omgaan met deze situatie, omgaan met zo’n klas, was mij nooit geleerd.

Ineens was alles wat ik had geleerd niet meer belangrijk. Ineens was de Cito toets niet meer belangrijk. Het enige wat telde, was dat deze leerlingen op een zo goed mogelijk manier de zomervakantie in konden gaan en ruimte kregen om dit trauma te verwerken, ruimte kregen voor hun verdriet en boosheid, ruimte kregen voor elkaar en goed voorbereid werden op de middelbare school.

Ineens besefte ik me dat je als docent een leerling niet opleidt voor een andere school of een beroep, maar dat je leerlingen opleidt voor het leven.

Dus dat ben ik toen, puur op gevoel gaan doen. En dat probeer ik nu nog steeds.

De afscheidsdienst was een paar weken later, in een grote sporthal. Daar zaten ze, een klas die in een paar weken tijd zó hecht was geworden, die alles voor elkaar deden, elkaar hielpen, steunden, samen huilden en samen herinneringen ophaalden en waarbij zelfs drie kinderen een stukje voor durfden te dragen. Heel indrukwekkend en ik krijg nog steeds kippenvel als ik er aan denk.Tijdens de laatste schooldag van dat jaar kreeg ik een cadeautje van de klas. Een grote knuffelbeer, precies zo één als de beer van Bas. Ze hadden allemaal geld bij elkaar gelegd om deze voor mij te kopen.

Deze knuffelbeer staat sindsdien bij mij op de kast, en nog steeds, nu jaren later, als ik een van de leerlingen uit deze klas tegen kom, krijg ik een knuffel, halen we herinneringen op en drinken we een drankje samen. Deze leerlingen hebben in een paar weken tijd zo enorm veel geleerd en zijn allemaal zulke bijzondere mooie mensen geworden. Een van die meiden, die inmiddels 24 jaar is, rent nog steeds naar me toe als ze me ziet om me een goede knuffel te geven. Laatst nog kreeg ik in een restaurant zelfs een gratis dessert aangeboden van één van deze leerlingen die nu kok blijkt te zijn. En als ik de beste vriendin van die moeder tegenkom, begin ik altijd spontaan te huilen.

Die knuffelbeer zal ik nooit weggooien en zal me altijd blijven herinneren aan deze bijzondere klas. En ik onthoud altijd: je leidt iemand niet op voor een beroep, maar voor het leven!

Vorige
Vorige

Meneer Jenniskens: dankjewel!

Volgende
Volgende

Beloning op basis van prestatie